Aan het werk sinds november 2019

Op 1 januari 2019 stond ik ineens weer op straat. Wat een schok! WerkVinden kende ik vanuit een eerdere periode van werk zoeken. Daarom direct weer contact gezocht. Vooral het samen zijn met anderen had ik nodig. De eerste fase heb ik gebruikt om tot rust te komen. De tijd genomen om alles een plekje te geven. Het wandelen in het Zegersloot gebied met gelijkgestemden bij WerkVinden deed me goed.

Michael Scholte vroeg me of ik wat voor WVA wilde doen. Dus snel weer begonnen als vrijwilliger. Op woensdagochtend mensen helpen met hun CV te verbeteren. Dat gaf mij veel voldoening. Mensen bevragen en dan te zien hoe zij zich bewust worden van hun kwaliteiten. Trots te zijn op hun nieuwe CV.

Via mijn netwerk ben ik als vrijwilliger bij de Kringloop terecht gekomen. Daar heb ik met veel plezier bij de kleding gestaan. Twee middagen van 4 uur. Zo kon ik een werkstructuur aanhouden en bleef mentaal en vooral fysiek fit. Het is leuk om de verhalen van andere vrijwilligers aan te horen. Ik beschouwde ze als collega’s. Zo nu en dan een personeelsfeestje, of de paas- kerst traktatie, het doet je goed. Dat mis je allemaal als je werkeloos thuis zit.

De periode van werk zoeken gebruikte ik ook om te onderzoeken of ik iets heel anders zou willen doen.

Ik koos er uiteindelijk voor om te proberen in mijn oude vakgebied weer aan de slag te komen. Ik begon in een flexpool van geneeskunde studenten om klinisch onderzoek te ondersteunen op de IC. Het verdiende bijna niets, maar via het UWV kreeg ik aanvulling tot het bedrag van mijn uitkering. Zo kon ik bij mijn sollicitatie gesprekken ‘ervaring met patiënt contact’ noemen. Bovendien liep ik weer in het ziekenhuis rond, waar ik al veel mensen kende. Kon ik mijn oor te luister leggen en ‘een balletje opgooien’.  Ook ben je dan een interne kandidaat!

Per 1 februari ben ik voor 16 uur per week betrokken bij een klinische studie die onderzoek doet bij Parkinson patiënten. De intentie is om later uitbreiding van uren te realiseren.  Het LUMC initieert deze studie die ook in andere ziekenhuizen gaat starten. Bijvoorbeeld in Woerden.

Ik zag toevallig een vacature voor bloedprikker in de buitendienst bij het St Antonius Ziekenhuis in Woerden. Dat sloot prima aan bij het aantal uren dat ik kan werken. Per 1 mei begon ik daar en werk  drie ochtenden van vier uur. Het is leuk werk. Lekker zelf je ochtend indelen en toeren door de omgeving. En… je mag zomaar bij iedereen binnen komen. Ik heb al veel mooie plakjes gezien en veel ervaring opgedaan met bloedprikken. Dat kan ik voor de klinische studie weer goed gebruiken. Het blijkt dat in deze corona tijd in een perifeer ziekenhuis meer mogelijk is dan in het LUMC. Ik leer in Woerden huidbiopten af te nemen voor de klinische studie in LUMC. Zo vullen beide banen elkaar aan.

In het begin vond ik het wel lastig om tussen twee banen te schakelen. Maar dat gaat mij nu steeds beter af. Ik merkte wel dat ik weer moest wennen om te werken. Ondanks dat ik probeerde mijn werkritme te behouden. Ik spreid het risico van een tijdelijke aanstelling bij beide instellingen. Mocht het een niet lukken, dan kan ik de andere functie nog uitbreiden. En ik heb nu werk dat ik leuk vind! Dat is ook erg belangrijk

Ik heb de periode van werk zoeken als zwaar ervaren. Vooral omdat je niet weet of je weer aan de slag komt. Maar ik realiseerde me ook dat het een afgebakende periode is waarin je de tijd kan nemen om je te bezinnen. Hoe moeilijk het ook is. Blijf daarom positief. En… soms moet je gewoon maar ergens beginnen. Van het één komt het ander. Mijn ervaring is dat het vanuit een werkende situatie  makkelijker is om verder te solliciteren.

Alice de Graaf

.

Alice de Graaf

Share This